Uitzending gemist. Een gristenjongen, die zijn grootouders gaat vertellen dat hij op mannen valt. Grootouders erkennen hem, maar niet de relaties die hij ooit aan wil gaan. Ik zie mijzelf aan de tafel zitten bij mijn grootmoeder, jaren geleden. Beiden een kopje koffie, tegenover elkaar, kleppend over het leven. Grootmoeder eind tachtig, ik begin dertig. De gristelijkheid in mijn familie is al minstens twee eeuwen uitgeroeid.
Grootmoeder merkt op dat één van je neven bevriend is met de buurjongen van een oom en tante. Je neemt een slokje van je koffie en reageert dat dat mooi is. Grootmoeder vervolgt met te zeggen dat hij wel heel goed bevriend is met de buurjongen. Je zet het kopje neer en vraagt aan grootmoeder of ze bedoelt dat hij homo is. Ze zegt dat ze dat bedoelt en kijkt je afwachtend aan.
Je pakt het kopje weer op, neemt een slok en merkt naar grootmoeder op, dat je blij bent dat hij dan eindelijk de liefde heeft gevonden. Grootmoeder pakt ook haar kopje op, neemt een slok en zegt dat ze het met je eens is. Je vraagt grootmoeder of dat dan de reden is, waarom neefje nooit meer op familiefeesten komt. Dat blijkt het geval.
Neefje blijkt bang voor een aantal van je ooms, allen vrachtwagenchauffeur. Je ooms, die als een continue diaree hun grappen over homoseksualiteit laten stromen op de zondagochtend-familiebijeenkomsten bij grootmoeder. Het duurt niet lang en de ooms merken op dat neef nooit meer komt. Het hoge woord komt eruit. Ze zijn beledigd. Neef is dan wel homo, maar hij is wel hun homo.
Het onderwerp wordt gesloten als een vanzelfsprekend gegeven. Neef wordt in de armen gesloten onder het motto: eens familie, altijd familie. De tantes zijn idolaat van de buurjongen van oom en tante. De gristelijkheid in mijn familie is al minstens twee eeuwen uitgeroeid. Ik geloof dat wij daar blij mee zijn.